Ministerieel erkend preparateur R. Philippo
GEMS
(Rupicapra rupicapra)
L 93 / 138
De gems leeft op steile hellingen in gebergten, tot een hoogte van 3500 meter in de zomer.
Vrouwtjes en hun jongen leven in roedels, die uit wel honderd dieren kunnen bestaan. Mannetjes leven voornamelijk solitair, met uitzondering van de bronsttijd. Na de winter vallen de groepen uiteen.

Voor de troffekop van een gems wordt een vorm uit Oostenrijk, ogen uit Duitsland en een neus uit Amerika gebruikt.
De originele neus van de vorm wordt verwijderd.
Daarvoor in de plaats komt een neus met septum (tussenschot).
Zelfs als je n de neus kijkt, zie je de adertjes in de neus.
Wat een zeer levensecht beeld geeft.
Voor een vilschema voor een shouldermount, zie HIER